Minister Blok adopteert Benchmark voor vrije sectorhuur

Eerder deze maand maakte minister Blok zijn visie op de vrijesectorhuur bekend in een brief aan de tweede Kamer. Hierbij is gebruik gemaakt van benchmarkonderzoek door de Stec Groep, een economisch adviesbureau over vastgoed. Zo bereidt de minister een wetswijziging voor waardoor gemeenten in bestemmingsplannen gebieden exclusief kunnen aanwijzen als locatie voor vrijesectorhuurwoningen (in de middeldure huur); dat kan nu nog niet.

Andere belangrijke punten van de minister zijn:
• Hogere huurverhoging voor scheefwoners blijft mogelijk om doorstroming te bevorderen.
• Soepelere regels voor verkoop te liberaliseren huurwoningen.
• Aanpassing woningwaarderingsstelsel in Amsterdam en Utrecht.

Belangrijkste resultaten van het STEC benchmark onderzoek onder 105 gemeenten:
• Slechts 10% van de gemeenten neemt een aandeel vrijesectorhuur op in haar woningbouwprogrammering.
• 50% van de gemeenten heeft nog geen locaties waar vrijesectorhuur gerealiseerd kan worden.
• Slechts 30% van de gemeenten verwacht dat er de komende 5 jaar voldoende vrijesectorhuur wordt gerealiseerd.
De 105 deelnemende gemeenten staan samen voor bijna de helft van de Nederlandse woningmarkt. De benchmark geeft weer hoever gemeenten zijn met deze voor hen relatief nieuwe categorie op de woningmarkt.

Bottlenecks

De aandacht voor vrijesectorhuurwoningen, de categorie vanaf € 711 huur per maand, is sterk toegenomen. Deze categorie moet volgens minister Blok de komende jaren zeer aanzienlijk groeien. Er is namelijk een steeds grotere autonome behoefte naar vrijesectorhuur. Daarnaast richt het rijksbeleid zich op het beperken van corporaties tot de kerntaak (sociale huurwoningen) enerzijds en het verscherpen van de financieringsmogelijkheden in de koopmarkt anderzijds.
Zo’n 75% van de gemeenten geeft aan dat vrijesectorhuur in hoge mate speelt. De gemeenten vinden vrijesectorhuur vooral aantrekkelijk voor doorstroming op de woningmarkt. Vrijesectorhuurwoningen zijn volgens de gemeenten aantrekkelijk, nodig en soms het enige alternatief voor middeninkomens en opkomende doelgroepen zoals zzp’ers, mensen met een flexibel arbeidscontract en eenpersoonshuishoudens.
Naast het labelen van concrete locaties voor vrijesectorhuur, is passend grondprijsbeleid een bottleneck. De marktconforme grondwaarde onder een vrijesectorhuurwoning is namelijk vrijwel altijd lager dan onder een koopwoning. Als gemeenten zelf grond in handen hebben is het eigen grondprijsbeleid belangrijk. 17% van de gemeenten heeft nu specifiek grondprijsbeleid voor vrijesectorhuurwoningen.
De grote gemeenten zijn het verst met de inzet op vrijesectorhuur. Dit geldt in het bijzonder voor de G4, de steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. De meerderheid van de gemeenten kan, zo concludeert Stec Groep, nog veel extra doen om meer vrijesectorhuurwoningen te realiseren.

Verwachting: tienduizenden vrijesectorhuurwoningen extra, maar niet voldoende

De deelnemende gemeenten verwachten de komende vijf jaar maximaal ruim 21.000 nieuwe vrijesectorhuurwoningen te realiseren. Zelf verwachten de gemeenten echter in deze periode een extra vraag naar bijna 40.000 woningen. Dit betekent dat maximaal de helft van de vraag wordt voorzien met de huidige nieuwbouw. Overigens verwacht zo’n 28% van de gemeenten dat in hun gemeente de komende vijf jaar wel voldoende vrijesectorhuurwoningen worden gerealiseerd. Ook op lange termijn is vrijesectorhuur een groeiend segment op de Nederlandse woningmarkt.
Ruim 13% van alle consumenten heeft nu voorkeur voor vrijesectorhuur, zo blijkt uit het recente Woon Onderzoek 2015 van het Ministerie van BZK. In de editie van 2012 lag dit percentage nog op ruim 8%. Bron: STEC.nl

Op de site rijksoverheid.nl vindt u meer informatie over het Woon Onderzoek. Daar staat ook deze animatie:

2017-10-02T12:31:23+00:00